top of page
    Zoeken

    Mijn overovergrootmoeder Grietje

    • Foto van schrijver: aagtjebsmid
      aagtjebsmid
    • 23 jun
    • 2 minuten om te lezen

    Bijgewerkt op: 25 jun

    Tante Bou in het midden en rechts van haar tante Miny, de zus van mijn oma. De kinderen zijn die van Miny. Een daarvan heet Henk en kan heel goed tekenen, zo herinner ik me.
    Tante Bou in het midden en rechts van haar tante Miny, de zus van mijn oma. De kinderen zijn die van Miny. Een daarvan heet Henk en kan heel goed tekenen, zo herinner ik me.

    Mijn overovergrootmoeder Grietje Wietzes, de oma van mijn oma die ook Grietje heet, wordt op 18 november 1865 geboren in Hoornschedijk, gemeente Haren. De plaats waar ik nu samen met mijn moeder woon, maar nu gemeente Groningen. Grietje is de vijfde van zes kinderen.


    Op haar 23e trouwt ze met Hindrik Bos. Op 2 september 1890, een kleine anderhalf jaar later, geen ‘moetje’ dus, wordt in Groningen Wolter Popko Bos geboren. De vader van mijn oma, mijn overgrootvader. Een man waarover je een boek zou kunnen schrijven. Als de gegevens compleet en zeker zijn doe ik dat misschien ook nog wel eens.


    Na Wolter wordt de eerste van de twee dochters geboren, op 6 december 1892 te Harkstede: Bouchie. Zelf noemde ze zich Bouchien, met een n, dat vond ze waarschijnlijk sjieker, zo was ze wel, en bovendien heette haar oma zo… Mijn moeder is naar haar vernoemd: naar haar oma (Johanna, roepnaam Hannie) en naar haar oudtante (zo heet dat geloof ik…) Bouchien. Mijn moeder en tante Bou, zoals wij haar altijd noemden, waren zeer op elkaar gesteld. Tante Bou, ze werd 93 en ik heb haar 23 jaar gekend, was een trotse, ietwat strenge vrouw, met een veel kleiner hartje dan ze ooit ook maar zou toegeven. Ze stond altijd voor mijn oma, mijn moeder en andere familieleden klaar. Ze was verder ook tot op hoge leeftijd ‘ijdel’. Ze wilde er gewoon goed verzorgd uitzien, en dat deed ze. Een herinnering die ik koester, ik mocht haar ook heel graag: ik was een jaar of zeventien, achttien, en ging met mijn moeder bij tante Bou in Stadskanaal in haar aanleunwoning op bezoek. En daar kregen we, overdag!, een citroenjenevertje met suiker die we ons goed lieten smaken!


    Ik denk wel eens dat het erg is om een doodgeboren zoon, Jesse!, te hebben, en dat ís het ook!, maar mijn overovergrootmoeder verloor maar liefst vijf kinderen.


    Ze kreeg samen met Hindrik drie zonen die ze, na de eerste Egbert, hardnekkig dezelfde naam gaven. De eerste heeft helaas zijn driejarige leeftijd niet gehaald, de tweede werd nog geen jaar oud en de derde overleed toen hij achttien was. Ook dochter Mettje overlijdt jong: ze was pas vijftien jaar toen ze in Groningen overleed. Van de zoon die na Mettje wordt geboren, Hendrik, is niet bekend hoe oud hij is geworden. Na Hendrik kwam Klaas, die 64 jaar werd.


    Op 21 februari 1907 te Oosterhoogebrug komt het laatste kind van Grietje en Hindrik ter wereld: een levenloze zoon of dochter, of een zoon of dochter die op dezelfde dag van zijn of haar geboorte overlijdt.


    Wanneer Grietje al 23 jaar weduwe is van Hindrik, overlijdt zij zelf op 2 april 1944 in Stad.


     
     
     

    Opmerkingen


    © 2026 by Aagtje Smid

    . Powered and secured by Wix

    bottom of page